Hans van Maanen
paletpaletpaletpaletpaletpaletpaletpaletpaletpaletpaletpaletindex

blank2

home

Encyclopedie van misvattingen

Taal

De oudste Nederlandse zin is 'Hebban olla uogala'
Hij wordt altijd bijna vertederd aangehaald, de eerste Nederlandse zin: 'Hebban olla uogala nestas uagunnan hinase hic and thu uuat unbidan uui nu' — 'Zijn alle vogels begonnen met het bouwen van nesten behalve ik en jij, wat wachten wij nog?'
'Hebban olla u... '
Het zinnetje werd in 1931 ontdekt, en moet omstreeks 1100 zijn geschreven door een West-Vlaamse monnik die werkte in de abdij van Rochester in het Engelse graafschap Kent. Het is bijna de spandoektekst van het taalonderzoek geworden — in 1998 was het het motto voor een tentoonstelling over het alfabet in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.
Nog drie Nederlandse zinnen: 'An âuont in an morgan in an mitdon dage tellon sal ic in kundon, in he gehôron sal.' 'Visc flot aftar themo uuatare.' 'Gelobistu in got alamehtigan fadaer.' Het is niet van deze tijd, maar er staat toch duidelijk: ''s Avonds en 's morgens en 's middags zal ik vertellen en verkondigen, en hij zal horen.' 'Een vis zwom in het water.' 'Geloof je in God de almachtige vader.'
Die laatste zin is driehonderd jaar ouder dan die over de vogeltjes: hij staat in een Utrechtse doopbelofte uit het eind van de achtste eeuw. Er wordt verder gevraagd naar het geloof in 'crist godes suno' en de 'halogan gast'.
Er zijn tientallen, zo niet honderden woorden en zinnen ouder dan die van de West-Vlaamse monnik in Rochester opgetekend, maar juist dit zinnetje doet het goed: een eenzame, verliefde monnik die een zin krabbelt op het schutblad van een boek waarop hij zit te zwoegen.
Dat schutblad is volgeklad door vier verschillende monniken. Zij probeerden hun verse pennen en nieuwe inkt uit. De een schreef de letters van het alfabet, de andere 'Ik probeer de inkt met een pen', en een derde een liefdesliedje, aldus taalkundige Ewoud Sanders in NRC Handelsblad (19 augustus 1998).
'Omdat zijn medebroeders, Engelsen, die zin niet of onvoldoende begrepen, schreef hij vervolgens de Latijnse vertaling erboven. Een van de andere monniken vond het zo leuk dat hij het begin van de Latijnse vertaling zelf nog eens overschreef. '

De Woordenlijst geeft de wettelijk verplichte spelling

Vroeger zei men: 'Aan den heer'

Een creool is een halfbloed

Duitsers zeggen: 'im Frage'

'A gogo' is een Engelse uitdrukking

Bij 'lemon sole' hoort citroen

'Natura artis magistra' betekent 'de natuur is de leermeesteres van de kunst'

In het oude Engeland zei men 'ye' in plaats van 'the'

Amerikaans is verloederd Engels

'Kangoeroe' betekent 'ik begrijp u niet'

Eskimo 's hebben twintig woorden voor sneeuw

'Groter als' mag niet
Er zijn mensen die het schuim op de mond krijgen als iemand in een gesprek argeloos 'groter als' zegt. Daar wordt een regel overtreden!
Volgens alle moderne taalboeken is als na een vergrotende trap niet fout. J. Renkema noemt het in de veelgehanteerde Schrijfwijzer (Den Haag 2002) een 'oude schoolregel', en hij vindt het 'heel merkwaardig' dat het schrijven van groter als 'als zware fout wordt aangerekend'. C. G. L. Apeldoorn zegt in Twijfelgevallen Nederlands (Utrecht 1983): 'Dat is niet fout, maar Hij is ouder dan mijn broer is meer verzorgd Nederlands.' En P. J. van der Horst in Taal en tekst van A tot Z (Zutphen 1988): 'Men gebruikt hier dikwijls als. Dit wordt niet meer fout gevonden, maar dan heeft de voorkeur.' De Algemene Nederlandse spraakkunst van W. Haeseryn e.a. (Groningen 1997) constateert slechts: 'Het voegwoord als is in deze functie niet voor alle taalgebruikers aanvaardbaar.'
Wie heeft dat dan bedacht, dat 'groter als' niet mag? Dat was de taalkundige Balthasar Huydecoper, in 1730. Huydecoper meende dat men het zo zei in de Middeleeuwen, en dat het daarom zo hoorde. Beide beweringen kloppen niet, maar Huydecoper had zo'n gezag dat mensen er elkaar tot op de dag van vandaag mee lastig vallen. En misschien scheelde ook dat Huydecoper direct erbij wist te vertellen wie de schuld aan al die taalverloedering had: Alva, die 'niet alleen de land- en kerk-, maar ook de taalwetten 't onderste boven smeet en verwarde'. (Nicoline van der Sijs: Taal als mensenwerk: het ontstaan van het ABN. Den Haag 2004).

Balthasar Huydecoper:
Proeve van taal- en dichtkunde, in vrijmoedige aanmerkingen op Vondels vertaalde Herscheppingen van Ovidius ... waar achter volgen eenige bijvoegsels en verbeteringen, een kort bericht wegens de letter Y, en twee bladwijzers. Amsterdam 1730.

Denk ook aan 'hen' en 'hun'

De taal verloedert

Oisterwijk zeg je zoals je het schrijft

Een snob is niet van adel

De tram is naar Benjamin Outram genoemd

‘Vermits' betekent hetzelfde als 'mits'